Basisgrondstoffen voor de productie van bier:

  • mout (= gekiemde gerst), afkomstig van gerst dat een speciale behandeling heeft ondergaan. Gerst wordt eerst geweekt in water waardoor de kiem in het graan gaat groeien. De kiem is het begin van het plantje dat zich uit de graankorrel kan ontwikkelen. Tijdens het kiemproces worden enzymen ontwikkeld die eiwitten, vezelmateriaal (en in beperkte mate) zetmeel afbreken. De groei van de kiem in het graankorreltje wordt vervolgens gestopt door de gekiemde gerst te drogen bij hoge temperaturen (= eesten). Op deze manier wordt mout verkregen die bewaard kan worden en gebruikt wordt bij het brouwen van bier. Tijdens het eesten wordt eveneens aroma’s ontwikkeld.
  • water
  • hop (= is een klimplant), geeft aan het bier zijn bittere smaak. Het geeft er ook een fijn aroma aan. Hopbestanddelen dragen ook bij tot de schuimvorming en de houdbaarheid van het bier
  • gist is een microscopisch klein ééncellig levend organisme. Tijdens de bierproductie wordt een gist gelijkaardig aan de bakkersgist gebruikt. Een zeer groot gedeelte van de smaak van het bier wordt bepaald door stoffen die gevormd worden door de gist.

2. Het brouwen:
Geplette mout (dat pletten noemt ‘schroten’) wordt met water gemengd om zo een beslag te vormen. Eventueel kunnen in dit stadium andere granen worden toegevoegd zoals ongemouten tarwe, gerst, haver, maïs, rijst en ook kruiden.

Het toevoegen van tarwe, gerst en haver zal het gehalte aan gluten in het uiteindelijke bier verhogen en ook de uiteindelijk smaak beïnvloeden.

Tijdens het ‘maïschen’ wordt het beslag op verschillende temperaturen gebracht omdat elk enzym zijn eigen optimale werkingstemperatuur heeft. Op 53°C worden voornamelijk de eiwitten afgebroken tot kleine stukjes die een bouwsteen zijn voor de gist en een bijdrage leveren tot het schuim van het bier. Op 63°C en 73°C wordt zetmeel afgebroken tot suikers die later tijdens het brouwen door de gist worden omgezet in alcohol en koolzuurgas. Tenslotte wordt het mengsel op 78°C gebracht om de enzymen inactief te maken.

Na het maïschen volgt het filteren van het beslag waarbij het oplosbare ‘wort’ wordt gescheiden van de onoplosbare ‘draf’. Hierbij komen de onafgebroken gluten terecht in de draf, terwijl in het wort enkel de afgebroken korte stukjes gluten aanwezig zijn, die voor mensen met een glutenallergie minder schadelijk zouden zijn. Er moet echter omzichtig omgesprongen worden met deze uitspraak en de beslissing of u (als u problemen hebt met gluten) al dan niet een biertje drinkt wordt aan uzelf overgelaten…

Draf wordt voornamelijk gebruikt als veevoeder,ook bij het bakken van lekker drafbrood, terwijl het wort wordt aangewend voor de productie van bier.

Het wort wordt vervolgens gekookt waarbij hop en eventueel andere smaakbepalende grondstoffen (zoals o.a. appelsienschillen) worden toegevoegd.

Na afkoeling van het wort tot 20°C, wordt de gist toegevoegd die de suikers (uit zetmeel) omzet in alcohol en koolzuurgas.

Na de hoofdgisting wordt het bier van onze bierbrouwers gebotteld in flessen van 75 cl. Bij het afvullen van het bier op fles wordt uiteindelijk nog een mengsel van suiker en gist toegevoegd voor de hergisting op fles.

Na deze hergisting is het bier theoretisch klaar voor consumptie. Er heeft echter nog een rijping plaats op de fles, waarbij het aroma nog gunstig wordt beïnvloed.

De bieren van de ambachtelijke bierbrouwers van de Lipsevallei zijn niet alleen een gezond en lekker product, het kan zelfs, met mate(n) gebruikt, bijdragen tot gezellige ontmoetingen met vrienden en familie.

Proost!