|
Eigenschappen van een goede wijnkelder |
|
Geschreven door Jos Peeters
|
|
Als men wijn langere tijd wil bewaren, is een goede wijnbewaarplaats onontbeerlijk.
De wijn kan zich daar op eigen tempo en in goede omstandigheden ontwikkelen, vrij van nadelige trillingen, warmte en licht.
Een koele, donkere, rustige kelder is noodzakelijk, liefst ondergronds gelegen met een zekere graad van luchtvochtigheid en een ‘min of meer’ constante temperatuur.
Indien de kelder niet ondergronds gelegen is, kan men eventueel d.m.v.
goede isolatie tegen warmte en een luchtbevochtiger zorgen voor een
geacclimatiseerde ruimte. In de gespecialiseerde handel zijn ook
speciale koelkasten en bergruimtes op maat te koop maar hou er rekening
mee dat je daarvoor een dikke bankrekening nodig hebt.
Temperatuur
De ideale bewaartemperatuur schommelt rond de 11 à 12°C. Deze
temperatuur kan het best constant worden aangehouden.
Temperatuurovergangen zijn niet zo erg, als ze maar geleidelijk
verlopen. In goede kelders schommelt de temperatuur langzaam mee met de
veranderende seizoenen. In Frankrijk zegt men wel eens ‘un vin peut
sentir les saisons’!
Te lage temperaturen remmen het rijpingsproces af. Te hoge temperaturen versnellen dat rijpingsproces.
Bewaarwijn leg je best onderaan in de kelder: warme lucht stijgt
waardoor het onderaan, op de vloer van de kelder meestal enkele graden
koeler is dan bovenaan.
Vochtigheid
Voldoende vochtigheid onderhoudt de conditie van de kurken:
- te droge omstandigheden laten kurken krimpen en uitdrogen.
Hierdoor laten ze te veel lucht aan de wijn toe waardoor deze zal
oxideren. Dit betekent dat hij te vlug oud wordt of zelfs verzuurt
(daarom bewaart men wijnflessen liggend);
- te vochtige
omstandighedén zijn alleen nadelig voor het papier van de etiketten. Ze
zulten loskomen en/of er zal schimmelvorming optredente. Een hygrometer
meet de relatieve luchtvochtigheid, die in de wijnkelder in het ideale
geval tussen 60 a 70% ligt.
Kleine ingrepen die tot een aanvaardbare vochtigheid bijdragen:
- vochtig zand op de vloer of in bakken strooien. Een ouderwetse kelder, zonder stenen vloer blijkt ideaal te functioneren;
- kiezen
voor wijnrekken uit poreus materiaal (lava of hydrocultuursintels).
Deze zorgen voor een constante vochtigheid en gedeeltelijk ook voor een
wat constantere temperatuur.
Licht
Zonlicht is een absolute noodzaak voor de vorming van suikers in de
wijndruiven, maar zonlicht en ultraviolet licht zijn absoluut
schadelijk voor wijn. Een kelder moet daarom donker zijn. Licht
beïnvloedt negatief de kleur van de wijn.
In de handel bestaan lampen die geen negatieve invloed uitoefenen op de
wijn. Niet alle tl-lampen zijn negatief. Meestal wordt een gewoon
peerlampje in de kelder gehangen. Wijnen moeten donker liggen, een
goede wijnkelder wordt enkel verlicht bij het behandelen van de flessen
in de kelder.
|